Storingshulp

 

 

 

 

Storingshulp - draadloze diagnose

Stel eerst de diagnose in de juiste volgorde en blijf kalm.
Levert de accu voldoende stroom?
Benzine in de tank? Benzinepomp te heet?
Vapour-lock. Laat de motor even afkoelen.
Op de goede manier gestart?
2x pompen met gaspedaal;
30 seconden wachten - choke iets open en starten.
Controleer de ontsteking: contactpunten - ontsteektijdstip - bougies - bougiekabels - bobine - spanningsregelaar.
Controleer de carburateur. Controleer het contactslot.

Elektrische installatie

De meeste storingen komen voort uit het elektrisch circuit.
Controleer alle verbindingen. Zijn de accupolen schoon en zitten de aansluitingen goed vast en onbeschadigd? Is de massaverbinding met het motorblok goed aangedraaid? Zitten alle stekkerverbindingen vast en schoon? Draad naar condensator. Zijn er draden gebroken of is de isolatiemantel van een draad doorgesleten en is er sprake van kortsluiting? Zijn de verbindingen van de dynamo en de regelaar in orde? Is de stekkerverbinding naar de stationair sproeier goed en opent deze als het contact wordt aangezet?
Zijn de verbindingen van dynamo, spanningsregelaar en bobine in goede staat?
Zijn de contactpunten van de rotor en stift van de verdelerkap schoon en droog?
Is het contactslot in goede staat? Controleer de zekeringen.

Ontsteking

Is de stekkerverbinding van de condensator op het verdelerhuis in goede staat?
Let op olie en corrosie op stekkerverbindingen. Zijn de contactpunten van de rotor - verdelerkap - contactpunten ingebrand? Meet de ligthoogte van het contactpunten, 0,45 mm is een mooie maat. Is de fiber of kunststof nok van de contacthamer nog goed? Smeer in alle gevallen het scharnierasje van de contactpunten: als de contacthamer niet meer goed scharniert, werkt de ontsteking niet goed. Zijn de contactpunten ingebrand? Controleer het ontsteektijdstip en de vacuumvervroeger. Controleer of de bougies vonken.
Controleer de elektrodeafstand van de bougies 0,7 mm. Controleer de bougiekabels en de bougiedoppen; vernieuw de bougiekabels eens.

Motor 4-cilinder slaat af bij warme motor - probleem centraal contact rotor
Het komt voor dat wanneer de motor warm is, deze bij stationair toerental kan afslaan of niet meer goed gestart kan worden.
Oorzaak van dit euvel is een vettig geworden centraal contact van de rotor en de koolstof pen die tegen de rotor drukt. Door vettigheid wordt de hoogspanning onvoldoende of geheel niet doorgegeven waardoor de hoogspanningsvonken niet worden doorgegeven. Het koolstof pennetje en het messing vlakje van de rotor vervrij maken en het is opgelost.

Controleer of de rotor volledig vetvrij is en vrij van koolaanslag en maak hem goed droog en het centrale contactstiftje van de verdelerkap! Verwijder inbrandsporen of vernieuw de onderdelen.

Bobine defect?
Laagspanningsdeel: maak de dunne groene draad los van de bobine (klem 1). Sluit een proeflampje aan op klem 1, schakel de ontsteking in (Fahrt) en verbindt het andere einde van het proeflampje aan massa; wanneer het lampje brandt is het laagspanningsdeel van de bobine in orde.
Brandt het lampje niet, dan wordt er vanaf het contactslot geen stroom geleverd óf de bobine is defect. Dezelfde controle op klem 15 uitvoeren. De zwart-rood draad laten zitten, proeflampje op klem 15 aansluiten, contactslot op Fahrt en andere zijde aan massa; wanneer het lampje gaat branden, staat er spanning op klem 15. Omdat er geen spanning wordt doorgegeven naar klem 1 (bij eerste meting), moet de bobine inwendig defect zijn.

Condensator defect?
De verdeler verdraaien totdat de contactpunten gesloten zijn. Groene draad van klem 1 trekken en de proeflamp aansluiten tussen klem 1 en de steker van de groene draad. Contactslot op Fahrt zetten en het proeflampje moet branden. Verdraai de ontsteking totdat de contactpunten openen. Wanneer het proeflampje uit gaat is de condensator goed, wanneer het proeflampje blijft branden is de condensator inwendig 'kortgesloten' en defect.

Storing contactslot?
Proeflampje aan klem 30 verbinden en aan massa; lampje moet gaan branden (contactslot hoeft niet op Fahrt te staan). Brandt het lampje niet dan is er een 'onderbreking' aanwezig in de rode draad richting accu die verholpen moet worden. Wanneer er spanning op klem 30 staat; contactslot op Fahrt zetten en dezelfde controle uitvoeren op klem 54 (15/61). Het lampje moet branden. Brandt het lampje niet, dan is het contactslot inwendig defect.
Als tijdelijke reparatie kan een stevige draad tussen de klemmen 30 en 54 aangebracht worden.

Starten zonder accu
De minkabel van de accu losmaken en auto aanduwen (de dynamo levert stroom voor de bobine).

Rijden zonder dynamo (dynamo defect)
Als de dynamo defect is, kan de accu zich ontladen via de dynamo of spanningsregelaar. Voorkom dit door de beide dikke rode kabels B+ van de spanningsregelaar los te maken en beide stekers goed met elkaar te verbinden en te isoleren. Met een goede accu kan dan nog circa 8 uur worden gereden (zorg dat de accu niet zwaar wordt belast met verlichting, ruitenwisser, radio of opnieuw starten).

Motor

Vraag: motor stopt tijdens het rijden. Antwoord: geen of onvoldoende benzinetoevoer. Benzineaansluiting (toevoerpijpje) op carburateurdeksel is losgetrild. Pas op voor brandgevaar! Contact uitzetten (accu loskoppelen) en motorblok voorzichtig schoonmaken. Gebruik een veiligheidsbeugel aan de carburateur!
Aansluiting elektrodynamische sproeier zit los of is defect.
Rotor in de verdelerkap is defect of losgetrild. Motor begint plotseling onregelmatig te lopen: Vlotter blijft hangen of is lek. Let op: brandgevaar! Benzine stroomt overmatig in het lekbakje! Direct stoppen en contact uitzetten (accu loskoppelen) en vlotter controleren. Tevens de (natte) vervuilde bougies verwisselen.
Vraag: motor heeft geen trekkracht. Antwoord: de compressie vermindert als de kleppen niet goed sluiten. Kleppen nastellen. Kleppen kunnen ook verbranden of inscheuren. Controleer de tuimelaars op loopvlak-slijtage - nokken van de nokkenas inspecteren. Controleer de stelschroeven, want die kunnen zijn ingeslagen (zacht geworden). Meet de compressie. Een cilinderkoprevisie kan nodig zijn. Controleer de bougies, de contactpunten en het ontstekingstijdstip.

Carburateur

Controleer de hoofdsproeiers en de vlotter van de carburateur. Wanneer de motor onregelmatig gaat lopen (dat kan plotseling gebeuren), dan kan er sprake zijn van een lekke vlotter. De benzine stroomt dan overmatig in het lekschoteltje. Zet de motor snel stil en maak de accu los. Let op brandgevaar! De vlotter is dan vrijwel zeker lek en moet vervangen worden. Controleer tevens de vlotterklep.
Controleer of het stalen ronde plaatje bij de carburateurvoet er nog zit, daar wordt anders valse lucht door aangezogen. Controleer het luchtfilter (schoonmaken en vullen met motorolie). Acceleratiepomp is defect (membraan is hard > vernieuwen). Klepje van de acceleratiepomp vervuild (messing bout onderaan de pomp). Bevriezen carburateur komt voor tussen 0 en +8 °C waardoor tijdelijk de trekkracht verminderd.

Luchtkoeling

Zorg voor voldoende motorolie. Zorg voor een koele luchttoevoer van buiten zonder 'lekkage'. Het inlaat luchtkanaal met de rubber manchetten controleren bij 4-cilinder. Bij 2-cilinder moet de trechter met het schuimrubber tegen de motorkap aandrukken om te voorkomen dat er warme motorlucht wordt aangezogen.
Sluit altijd de inspectieopening waardoor het BDP-vliegwiel wordt gecontroleerd, met de rubber stop af.

Koppeling

Vraag: als de koppeling wordt ingetrapt bij draaiende motor hoor ik een vreemd geluid. Antwoord: het kogellager van de drukgroep is kapot. Ook is het mogelijk dat de koppelingsplaat is versleten en dat de klinknagels van de koppelingsplaat tegen de gietstalen drukplaten schuren.

Benzinepomp

Benzinepomp werkt niet meer. Membraan defect, membraan gescheurd of uitgehard. Benzinezeef verstopt, inwendige kleppen lekken. Bij hete motor kan vapour-lock optreden; luchtbellen in de benzineleiding. Benzinepomp afkoelen met natte lap. Controleer de druk (toevoer benzine) van de benzinepomp. Gebruik een benzinezeef in de benzinetoevoerleiding; verwissel die wanneer deze vervuild is.

Benzinetank

Benzinetoevoer is onregelmatig, motor slaat langzaam af en de motor is niet direct te starten. Benzinetank is vuil van binnen en deze vervuiling verstopt de sproeiers, vooral de stationaire sproeier. Controleer de benzine-doorstroming vanuit de tank, door de benzineslang van de benzinepomp te trekken. De benzine moet dan vrij snel uit de slang lopen. Gebeurd dat niet dan is de leiding verstopt of het pijpje van de tank is verstopt. Blaas de leiding voorzichtig door richting tank om te proberen of deze 'open gaat'. Is er sprake van vervuiling, dan moet de tank goed gereinigd worden; de tank moet dan uit de auto gehaald worden. Let op brandgevaar; koppel de accu los. Controleer dus alle delen van de benzineleiding.
Het kan gebeuren bij montage van de benzinetank, dat het slangetje (ca. 20 cm) geknikt wordt waardoor er onvoldoende doorstroming is. Monteer een nieuw stukje benzineslang. Gebruik een tankdop met ontluchting. Dat staat aan de binnenzijde van de tankdop, bijvoorbeeld: mit lüftung. Controleer de stationair sproeier en maak hem goed schoon. Controleer het oliebad van het luchtfilter; maak deze leeg en goed schoon en vul met verse motorolie.

Oliedrukschakelaar / sensor

Als tijdens het rijden het groene controlelampje oliedruk gaat knipperen of permanent gaat branden is de oliedruk te laag, meestal een gevolg van een laag motoroliepeil. Dat signaal begint als het oliepeil ongeveer 200 cc boven het minimum streepje komt van de peilstok. Als oplossing moet er gewoon olie bijgevuld worden, maar het kan ook door een lekkage komen. Bij een TT met oliekoeler zit de oliedrukschakelaar vrij laag in het olieslang-circuit en het kan gebeuren dat de oliedrukschakelaar opeens gaat lekken uit het elektrisch contact. Vernieuwen is de oplossing. Gebruik hiervoor een ringsleutel 24 mm, want met een steeksleutel kan je er heel slecht bij. Verwijder de defecte oliedrukschakelaar en schroef de nieuwe oliedrukschakelaar snel op zijn plaats. Als dat snel wordt gedaan komen er slechts enkele druppeltjes olie rustig uit dit gat. Motorolie aftappen is dus niet nodig.
Type oliedrukschakelaar voor de TT is Bosch 0 344 101 030 en 033 = 0,5 - 0,8 ato.
Type oliedrukschakelaar voor de Prinz 4 Bosch 0 344 101 031= 0,15 - 0,45 ato.
Een alternatief voor beide is de oliedruksensor van FACET 7.0007 = 0,3 bar of de Bremi 10755/34 DIN 158 slw24 = 0,15 - 0,45. Hella 6ZL 003 259-391 = 0.15 - 0,45
De bevestigingsschroefdraad is conisch M10x1. Smeer de schroefdraad bij voorkeur licht in met rode afdichtpasta Elring Dirko HT. Storing is waar te nemen, wanneer het contact wordt aangezet en het groene controlelampje op het dashboard licht niet op. Test: haal de sensor van de motor; het contact is in ruststand gesloten, tussen massa en aansluitcontact kortgesloten. Meet dit met een Ohmmeter. Wanneer je met een vlak pennetje (2,5 mm) in het contact drukt, wordt het contact verbroken.